Nieuws uit de parochie

Gods plezier in ons
di 31 januari '17

Zondag 29 januari 2017, Vierde zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week zagen we hoe van het geloof in Gods liefdevolle nabijheid een sterk bevrijdende kracht kan uitgaan. Omdat het naakte feit van zijn bestaan meteen ook zin geeft aan ons leven. Het bestaan van een oneindig barmhartige God naar wie wij op weg zijn en in wie ons uiteindelijk geluk gelegen is, geeft betekenis aan alles wat ons overkomt in ons leven. Zelfs de meest ontredderende ervaringen kunnen dan, bij alle pijn die ze veroorzaken, tevens gezien worden als een kans om te groeien naar Hem toe. Een kans om los te komen van alles wat ons klein houdt en opsluit, van alles wat ons belet te ademen en te bewegen, van alles wat ons hindert om vrij en gelukkig te zijn. Om helemaal de mens te worden die God zich gedroomd heeft. De absoluut unieke mens die Hij geschapen heeft en die Hij nu elke dag nog verder aan het scheppen is. Want om echt die oorspronkelijk gedroomde mens te kunnen worden moeten wij wel van het een en het ander worden bevrijd, in de allereerste plaats van de zware druk om ons anders voor te doen dan we zijn. Laten we het daar vandaag eens over hebben.

Anderen behagen
Je moet eens nagaan hoezeer wij ons gedwongen voelen om onszelf aanvaardbaar te maken voor anderen. Op elk vlak, in iedere situatie.
Dat heeft daarom lang niet altijd te maken met vals spelen. Met slijmen of met op een bedrieglijke manier een voordeel willen binnenhalen. Neen, het gebeurt ook tussen heel eerlijke mensen, tussen geliefden, tussen ouders en kinderen. Wij willen voortdurend geaccepteerd, aanvaard en goed bevonden worden. En daarom doen wij voortdurend ons best om niet afgewezen te worden. Om “in” te zijn, om er bij te horen. Wij kleden ons er zelfs naar, wij houden ons op de hoogte van de allernieuwste trends op elk gebied; wij praten nu eens volks en dan weer “politiek correct”, al naargelang het gezelschap waarin wij ons bevinden; en we zijn als de dood en bereid om in alles toe te geven om te voorkomen dat onze kinderen ons in het vakje zouden stoppen van “ouderwets en echt niet meer van deze tijd”. En eigenlijk is er aan die manier van ons om ons aan te passen en te behagen en geaccepteerd te worden niks abnormaals. Mensen gaan nu eenmaal liever om met mensen die ze aardig vinden, mooi, intelligent, vlot, geestig en ga zo maar door. En omdat wij nu eenmaal in die mensenwereld leven, en niet meteen alle deuren voor onze neus willen zien dichtgaan, passen wij ons aan en doen wij ons best om tenminste aan de meeste verwachtingen te voldoen. En dat brengt natuurlijk ook heel veel stress en onzekerheid met zich mee.

Onvoorwaardelijk
Er is één iemand voor wie wij nooit op de tippen van onze tenen moeten lopen, en dat is God. Het zou ook nogal raar zijn als wij ons voor Hem anders zouden willen voordoen dan we zijn. Hij kent ons immers door en door. Hij kent ons beter dan wij onszelf kennen. Maar het mooie is: Hij aanvaardt ons zoals we zijn. God wil wel dat we groeien en Hij wil ons daarbij helpen. Maar Hij aanvaardt ons volledig zoals we zijn. Daar is geen voorwaarde bij, geen “maar”… Als wij voor God staan, staan we volledig naakt en alle maskers vallen weg. Maar Hij aanvaardt ons, Hij houdt van ons zoals we zijn. God heeft plezier in ons bestaan. Hij kijkt met genoegen naar alles wat ik doe. Naar mijn plezier en mijn berouw, naar mijn werk, mijn inzet én naar mijn hansworsterijen. Hij houdt echt van mij.

Wereld
Als ik daarvan helemaal doordrongen ben, kan ik misschien ook de moed opbrengen om achter de maskers en ook dwars door de schijn van de wereld heen te kijken. Want nog moeilijker dan de eigen maskers te laten vallen is het, de wereld zoals hij werkelijk is in de ogen te kijken. Niet de schijnwereld van glitter en plezier, maar de wereld zonder maskers. De echte wereld. Dat vraagt moed, want wat we daar te zien krijgen bederft onze eetlust en onze nachtrust.
Timothy Radcliffe beschrijft hoe hij tijdens een reis door Nigeria in streken kwam waar duizenden melaatsen leven langs de weg en bedelen en zich tegen de ramen van de wagen duwen en hun wonden laten zien. De wegen zijn slecht, schrijft hij, en het duurt soms uren eer je door zo’n menigte melaatsen heen bent.
Het ergst om te zien zijn de ogen van de kinderen, vervuld van hoop en pijn. Ze zullen hier hun hele leven langs de kant van deze weg staan. Ze hebben geen andere toekomst. Durf ik in hun ogen kijken? Ik moet de neiging onderdrukken om harder te rijden, vanwege het onverdraaglijk verdriet in hun ogen.
Dat is ook onze wereld. En dat is helemaal iets anders dan de wereld van het Voetbal en “Tomorrowland”.

Bocht
Je kan dat probleem natuurlijk “oplossen” op de manier zoals we dat meestal doen: door, tussen twee feesten in, ook nog wat geld te geven aan het Goede Doel. Maar om tegemoet te komen aan Jezus’ oproep om echt barmhartig, vergevend, zuiver en vrede-brengend in het leven te staan, moeten wij denk ik een echte bocht maken. Kappen met de mechanismen die ons gerust moeten houden, tevreden met de wereld, tevreden met onszelf. Kappen met de schijn.
Om echt liefdevol en barmhartig in het leven te staan moeten wij veel durven loslaten: alles wat wij menen nodig te hebben om iemand te zijn, om door anderen aanvaard te worden. Ophouden met het ophouden van schijn. Omtrent de wereld en omtrent onszelf. En dat kunnen wij alleen maar als wij er diep van overtuigd zijn dat God, dat de Grond van ons bestaan genoegen beleeft in het feit dat wij er zijn. Dat God niet van ons houdt zoals een ambachtsman houdt van zijn product. Maar dat Hij echt plezier heeft in het feit dat wij er zijn. Dat Hij nieuwsgierig kijkt naar wat we doen. Zoals wij kijken naar onze kinderen. Hij houdt van ons. Hij heeft ons tenslotte gemaakt.


Training nodig
ma 23 januari '17

Zondag 22 januari 2017, Derde zondag door het jaar (jaar A)

In de Kerk, in onderricht en catechese, hebben wij het altijd over de “Blijde Boodschap”. Een niet bepaald hippe vertaling van het Griekse evangeleion, dat “Goed Nieuws” betekent, en dan meer bepaald het goede nieuws dat Jezus aan de wereld bracht. Omdat dat evangelie zo ongelofelijk rijk en veelomvattend is, kan men er altijd ook maar een klein aspect van belichten. Het gevaar is dan niet denkbeeldig dat je uiteindelijk vanwege de bomen het bos niet meer ziet. En daarom is het goed je af en toe ook eens de vraag te stellen: wat is nu de kern van dat Evangelie, van die Blijde Boodschap?

Gods wezen
Ik ben geen theoloog en nog minder een Bijbelgeleerde maar als ik daar als gewone gelovige moet op antwoorden dan zou ik zeggen: “De kern, dat is op de allereerste plaats: de bevestiging dat God er is”. Wat niet of niet langer een evidentie is. De bevestiging van het bestaan van God. En ten tweede, nog belangrijker: dat die God geen almachtige en/of onverschillige kracht is, maar een liefdevolle Vader. Een God die zoveel van ons houdt dat Hij als een echte vriend, als een minnaar bijna, in ons leven wil binnenkomen. D.w.z. zonder ons te dwingen. Een God die ons zoekt te bevrijden van alles wat ons geluk in de weg staat. Als wij Hem toelaten in ons leven dan gebeurt er iets heel merkwaardigs. Dan merken wij al vlug dat juist de dingen die ons van Hem verwijderd houden ons eigen geluk in de weg staan. Of anders gezegd: dat juist alles wat wij menen nodig te hebben om gelukkig te zijn, zowel God als ons eigen geluk in de weg staat. Het is zowat mijn persoonlijk dada om hier de oerzonde van de mens, de erfzonde als u wil, te situeren. In de halsstarrige neiging om – tegen ons verstandelijk inzicht en ons moreel aanvoelen in – toch altijd weer ons geluk te gaan zoeken in hebben en heersen, in grijpen en slaan.

Erfzonde
Ik denk echt dat dát de oerzonde is. Heel goed weten dat een bepaalde houding of handeling verkeerd is en het toch doen. En dan heb ik het over onze grondhouding in ons streven naar geluk. Er is niet alleen de eenvoudige volkswijsheid die ons zegt dat geld niet gelukkig maakt. Zowat alle wijsgeren, schrijvers, religieuze en ook niet-religieuze denkers bevestigen dat. En ook ons eigen verstand zegt ons dat liefde en vriendschap uit ons leven verdwijnen en onze leefwereld verschrompelt als wij alleen maar leven voor onszelf en alles naar ons toe willen halen. Ook onze ervaring wijst in diezelfde richting. Wie van ons heeft nog nooit ondervonden dat diepe voldoening, levensblijheid en geluk samenhangen met iets betekenen voor anderen, met een ander gelukkig proberen te maken? En toch kunnen wij zo moeilijk weerstaan aan de verleiding alleen maar voor onszelf te zorgen, onszelf naar voren te dringen en de ander weg te duwen. Om, in het ergste geval, zelfs helemaal bezeten te geraken van een wild om zich heen slaand egoïsme, dat niet alleen anderen maar ook onszelf helemaal ten gronde richt.

Destructieve kracht
Ik hou van de term “erfzonde”. Niet in de mythische betekenis, als zou de erfzonde het gevolg zijn van de zonde van de eerste mensen. Maar wel in de zin dat wij er zelf niet helemaal schuld aan hebben: het zit in ons. Iedere mens krijgt die streving mee bij zijn geboorte. Het is een kracht die een belangrijke rol gespeeld heeft in de evolutie en die ons gemaakt heeft tot wie we zijn: de heersers over de schepping. Maar blijkbaar is die kracht ons vaak ook te sterk. Voert ze ons soms regelrecht naar ons ongeluk. Is ze in staat niet alleen de natuur aan ons te onderwerpen maar ook onszelf tot slaaf te maken. Als wij toegeven aan die zonde, alles naar ons toehalend, alles verslindend, dan maken wij de wereld om ons heen tot een woestenij. Dan beseffen wij in heldere momenten maar al te goed dat het geluk op die manier toch altijd harder loopt dan wij.

Verlossing
En het is precies uit dat doodlopend steegje dat Jezus ons wil bevrijden. Hij biedt ons aan God in ons leven binnen te laten, waardoor de goden en demonen die ons tot slaaf maken verdwijnen als een kwade droom bij het ontwaken.
Nu moeten we wel afspreken dat de God van Jezus in je leven binnenlaten iets anders is dan: “Ik ga vanaf nu wat vaker in de Bijbel lezen of wat meer naar de Mis gaan”. Uiteraard is dat goed op zich. Maar God in je leven binnenlaten is vooral een kwestie van handelingen stellen die door liefde geïnspireerd zijn in plaats van door egoïsme. Je mag daarbij gerust wat geduld hebben met jezelf en jezelf wat tijd gunnen. Je gaat niet zomaar van de ene dag op de andere een totaal ander mens worden. Maar je probeert het steeds vaker. En na een tijd gaat je ingesteldheid veranderen. En gaat het goed willen zijn voor anderen je normale reflex worden.

Toegift
En ondertussen merk je dat gelukkig-zijn niet iets is dat je kan veroveren.
Maar dat het een toegift is, iets dat je erbij krijgt als je leven gericht is op anderen. En terwijl je die weg bewandelt merk je dat God je helpt, je heel nabij is. Het is tenslotte zijn weg die je dan gaat.


Van gekleurd tot gelogen
ma 16 januari '17

Zondag 15 januari 2017, Tweede zondag door het jaar (jaar A)

Vorige week hadden we het erover dat de God die zich in Jezus Christus laten kennen heeft, zin en betekenis geeft aan ons leven. En dat het geloof in Hem een krachtig antigif is tegen wanhoop en depressie. Dat het je een diepe onderstroom van geluk bezorgt die niet ongedaan gemaakt wordt door al het nare dat je overkomt in je leven. Immers, de gedachte dat alles wat je overkomt, een weg naar Hem zal blijken te zijn, dat we eens helemaal geborgen zullen zijn in Hem, maakt ons ook vrij. Omdat die gedachte helemaal ingaat tegen de beklemmende angst van de moderne mens, geworpen te zijn in een zinloos bestaan, in een eindeloos stil en doelloos heelal. En daarom hebben alle mensen het recht om minstens over dat geloof te horen. Omwille van de bevrijdende kracht die ervan uitgaat. Omwille van het levenselixir dat het voor hen kan betekenen.

Stilgevallen
Je vraagt je af hoe het dan komt dat de evangelisatie- en missioneringsgedachte hier in Vlaanderen helemaal stilgevallen is. Nog maar pas geleden stuurden wij duizenden missionarissen de wereldzeeën op om het Evangelie te brengen tot aan de uiteinden van de aarde. Terwijl wij het nu nog nauwelijks doorgeven in onze eigen kring. In een oproep om daarover eens na te denken eindigde ik vorige week met de nogal uitdagende vraag: “Waarom zitten wij hier in Vlaanderen alleen maar angst te hebben voor al die moslims die hier komen wonen en doen wij geen enkele poging om hen Jezus en het Evangelie te leren kennen?” Ik wil onmiddellijk toegeven dat het mij vooral om het schokeffect te doen was. Het is echt niet mijn bedoeling u op te roepen om alle moslims in uw buurt te bekeren. Maar wel dat wij eens zouden stilstaan bij het feit dat veel christenen in West-Europa zelfs te zwak zijn geworden om hun geloof nog door te geven aan hun eigen kinderen. En daar mag toch iets aan gedaan worden.

Desinformatie
Het verbazend snel verlopen secularisatieproces heeft ons serieus van onze melk gebracht. Maar nu wordt het echt tijd dat wij terug wat assertiever worden. Assertiever, niet agressiever! Ik zal wel de laatste zijn om christenen aan te sporen om in te gaan op de soms erg lage aanvallen tegen het geloof in de sociale media, aanvallen waarvan de toon vooral veel over de auteur vertelt.
Maar waar we ons wel moeten tegen afzetten is de onjuiste informatie in de gewone media. De fictie, de pulp, de leugens en halve waarheden die voortdurend verteld worden over kerk en geloof, in boeken en tijdschriften, op radio en tv, en zelfs in het onderwijs. Natuurlijk, als je als Kerk 2000 jaar lang over een uitzonderlijk grote macht hebt beschikt kan het niet dat je alleen maar goeie dingen hebt gedaan, dat je nooit misbruik gemaakt hebt van die macht.
Macht corrumpeert zelfs de grootste heilige. Maar men moet wel eerlijk blijven. En ook het goede vertellen. En ook het slechte van de “anderen”. Nu wordt het allemaal zo ziekelijk eenzijdig gebracht.

Selectief
Neem nu de kruistochten en de inquisitie, waar men ons voortdurend mee rond de oren slaat en waarover wij ons voortdurend schaapachtig op de borst zitten te slaan. Natuurlijk wil ik die niet goedpraten. Maar, kan daar echt niet objectiever over gesproken worden? Waren de kruistochten in wezen zoveel verschillend van wat het Westen nu met IS doet? Ook de kruistochten waren een antwoord van Europa op de voortdurende invallen en slachtpartijen door moslims in christelijke landen. En de inquisitie, natuurlijk was dat iets verschrikkelijks, zoals er altijd verschrikkelijke dingen gebeuren als ideologieën botsen. Maar de Spaanse inquisitie – zoals die in ons collectieve geheugen is gebrand – is, zoals modern historisch onderzoek uitwijst, heel sterk gekleurd door de Engels-protestantse propaganda. Cromwell liet in zijn katholiekenhaat soms op één dag meer mensen ombrengen dan de Spaanse inquisitie gedurende haar hele bestaan. Maar daar hoor je nooit iets over. Net zomin als over de eerste genocide in de geschiedenis. Toen, eind 18de eeuw, in de Vendeé tienduizenden mannen, vrouwen en kinderen werden afgeslacht. In de naam van Jezus? Neen. In naam van de Verlichting. Wie hoort daar ooit iets over?

Bedrieglijk
Dat onze tijdgenoten zich steeds minder voor geschiedenis interesseren, maakt dat men zowat alles uit het verleden kan verdraaien zonder dat mensen het merken. “Godsdienst is oorlog”, hoor je dan. Laat ons toch serieus blijven.
Ik ben oprecht democraat maar ik heb niet de indruk dat de huidige seculiere staten vredelievender zijn dan de vroegere religieus-geïnspireerde monarchieën. En van de twee meest moderne en door en door atheïstische ideologieën, het nazisme en het communisme, kan je alleen maar zeggen dat ze alle grenzen hebben verlegd wat betreft mensonterende wreedheid. Laatst zei iemand mij nog maar eens: “Wat hebben ze ons vroeger toch allemaal wijsgemaakt?” Ik heb hem geantwoord: “Ge moest eens weten wat ze u nu allemaal wijsmaken.” Want die man had het over communie op de tong en palmtakken tegen de bliksem. Maar dat heeft niets te maken met bedrog. Wel met verandering van inzicht en aanvoelen. Maar tegenwoordig merk je regelmatig op tv – als er al eens iets positiefs gezegd wordt over ons geloof – in een Amerikaanse film bijvoorbeeld, hoe dat in pure sovjet-stijl wordt weggezuiverd in de ondertiteling. En dat is bewust bedrog.

Weerbaarheid
Wij moeten dat af en toe toch eens hardop durven zeggen. Ik ga daar niet blijven over preken. Maar één keer mag het toch eens gezegd worden. Onze media hier in Vlaanderen zijn helemaal in handen van niet-katholieken. Velen onder hen zijn antikatholiek en weinig objectief in hun berichtgeving. En daarom moeten wij kritisch blijven bij alles wat ze ons voorschotelen. Katholieken hebben op dit ogenblik de Verlichting en de secularisatie helemaal verteerd. Voor ons moeten er geen kruisen hangen in openbare gebouwen. Maar wij moeten wel voor onszelf hetzelfde respect opeisen dat wij hebben voor anderen. En ingaan tegen de voortdurende desinformatie over ons geloof. Op de eerste plaats voor onze eigen mensen. Opdat zij via degelijke informatie en serieus godsdienstonderwijs terug fier kunnen zijn op hun geloof.
Dat is de eerste voorwaarde om zelfs maar te kunnen denken aan een nieuwe evangelisatie.


Hoop
di 10 januari '17

Zondag 8 januari 2017, Openbaring van de Heer – Driekoningen (jaar A)

Waarschijnlijk omdat wij in het Westen meer openstaan voor romantiek en sentiment, is de geboortedag van het kindje Jezus hier bij ons het centrale kerstfeest geworden. Dat was niet altijd zo. En in het oosters christendom, dat altijd al meer naar mystiek neigde, is het openbaringsfeest van vandaag, Gods verschijnen in de wereld, God die zich in Jezus laat kennen als het Licht van de wereld, het centrale kerstfeest gebleven. Mensen zijn altijd al op zoek geweest naar de zin van het leven. Hééft het leven wel zin? Of kan je het afdoen met die beroemde zin van Shakespeare in Macbeth: “Het leven is een stom verhaaltje, verteld door een idioot, met veel geraas en gebrul, zonder ook maar de minste betekenis (signifying nothing).” Heeft het leven zin en betekenis, of is het alleen maar een absurde gril van blinde natuurkrachten?

God van Jezus
We zitten hier bij de kern zelf van het christendom en het antwoord van ons geloof is hier dan ook ondubbelzinnig en klaar. Ons leven, elk menselijk leven, heeft wel degelijk zin. En alles wat ons in dat leven overkomt heeft betekenis, ook al zien wij de betekenis niet en al lijken bepaalde gebeurtenissen betekenisloos en absurd. Alles heeft betekenis. Maar alleen omdat God er is. En dan niet zomaar om het even welke God, maar de God die zich in Jezus Christus aan ons heeft laten kennen. Een God die alles wat ons overkomt, ook ons lijden, in zich opneemt en er zin en betekenis aan geeft. Als die God niet bestaat heeft de oude Macbeth gelijk en is het leven, hoezeer ook overgoten met rijkdom en macht, niets anders dan een onnozel vertelseltje, een absurd opstootje in een eindeloos stil en stom heelal, zonder de minste zin of betekenis.

Kern
Wij geloven dat alles wat gebeurt, alles wat ons overkomt, zin en betekenis heeft. Dát is de kern van wat het kerstgebeuren en heel het Evangelie ons willen vertellen. De kern van het Goede Nieuws dat zij ons brengen. Of, om een wat meer klassieke term te gebruiken: de kern van de Blijde Boodschap. De essentie van dat nieuws, van die boodschap, is niet dat we het leven nu maar moeten ondergaan, later is er immers toch een hemel. Of ook niet dat wij hier hard moeten werken aan een hemel-op-aarde. Dat mag dan allemaal wel waar zijn, maar dat is niet de kern. De essentie van het christelijk geloof is de verzekering dat God zoveel van ons houdt en zo sterk op ons betrokken is dat wij er mogen op vertrouwen dat alles wat ons overkomt, alles wat gebeurt – alles – zin en betekenis heeft.

Bevrijdend
Dat besef gaat je niet meteen constant euforisch maken. Het leven kan je inderdaad nog altijd serieuze slagen toebrengen. Ziekte en dood blijven bestaan. Haat, geweld en onderdrukking ook. Ons geloof voert niet naar die gemaakte blijheid die sommige religieuze mensen zo kan ontsieren. Maar het is wel een krachtig antigif tegen wanhoop. En het geeft je een diepe onderstroom van geluk die niet ongedaan gemaakt wordt door al het nare dat je overkomt.
Omdat je beseft dat alles wat je meemaakt een weg naar Hem zal blijken te zijn. Ooit zullen we helemaal geborgen zijn in GOD en zal blijken dat alles een betekenis had. Die gedachte maakt ook vrij. God is niet iemand die ons scherp in ’t oog houdt en ons dicteert wat we moeten doen en laten. God is een God die ons juist volkomen vrij maakt: juist omdat Hij er is, bestaat er voor ons geen definitieve nederlaag. En precies dat is het Goede Nieuws waarvan ons vandaag gezegd wordt dat het bestemd is voor alle volkeren die door de drie koningen, de drie wijzen, gesymboliseerd worden. Terwijl de sektarische joodse tiran in Jeruzalem alleen maar probeert zijn macht te behouden, vinden mensen van alle talen, op zoek naar verlichting, de weg naar Jezus.

Evangelisatie
Het feest van de Openbaring is daardoor meteen ook een oproep tot evangelisatie en missionering. Alle mensen, van alle tijden en volkeren, zijn voortdurend op zoek naar zin en betekenis in hun leven. Als wij ervan overtuigd zijn dat de God van Jezus de ultieme zingever is, dan is het ook onze plicht om mensen te helpen op hun weg naar Hem. Maar er mag hier geen misverstand bestaan. God wil gevonden worden, niet opgelegd. De sporen in ons leven die naar Hem wijzen zijn eerder bescheiden, zoals ook het licht van de ster dat de wijzen leidde, eerder bescheiden is. Dat licht verplicht niet, zoals de brandende zon dat doet. En dus moet ook onze evangelisatie en onze missionering op dezelfde manier gebeuren. Wij moeten mensen helpen, van waar ze staan, niet overdonderend, niet verplichtend, de weg tonen naar Jezus. We moeten dat doen met oneindig veel respect, net zoals Jezus dat deed.

Vraag
Maar we moeten het wel doen. Doen we dat? Neen. Waarom niet? Waarom zitten wij hier bijvoorbeeld alleen maar angst te hebben van al de moslims die hier komen wonen? En doen wij geen enkele poging om hen Jezus te leren kennen? Laten we daar deze week eens over nadenken. Zie het als huiswerk.
Huiswerk is zelden plezant.


De Moeder van God
ma 02 januari '17

Zondag 1 januari 2017, Heilige Moeder Gods (jaar A)

Voor de laat-Romeinse en de Byzantijnse keizers was het van buitengewoon belang dat Jezus Christus op de eerste plaats gezien werd als God en niet als mens. Ze keerden zich resoluut tegen elke strekking die de menselijkheid van Jezus benadrukte en ze hebben ongetwijfeld ook geprobeerd de concilies in die richting te beïnvloeden. De reden hiervoor ligt voor de hand. Als christelijke keizer was hun eigen macht en majesteit een reflectie van Diegene die ze vertegenwoordigden: Jezus Christus. En daarom kon Jezus voor hen niet genoeg God zijn en moest Maria uiteraard ook vooral gezien worden als de Moeder van God. Om dezelfde reden werd Christus in de basiliekmozaïeken altijd afgebeeld als de Pantocrator, de almachtige heerser over het universum. En ook Maria werd, vooral in de eerste eeuwen, bij voorkeur afgebeeld als de Theotokos, de moeder Gods, hemelhoog verheven boven de gewone mensen.

Vertrouwelijk
Maar die “gewone mensen” hebben zich daar nooit door laten vangen. Natuurlijk geloof je als christen wel degelijk in de Menswording. Geloof je dat in de mens Jezus, God zelf zich heeft uitgedrukt en laten kennen. Dat in Jezus, God als mens onder ons gekomen is. En in die zin is Jezus dus wel degelijk God zelf of Beeld of Icoon van God. En kan je Maria zonder enige terughoudendheid Moeder van God noemen. Maar in de geloofspraktijk van de gewone mens werd Jezus al vlug Onze-Lieve-Heer. En Maria werd “Onze-Lieve-Vrouw” en “Moeder Maria”. Iemand waar christenen heel vertrouwelijk mee omgingen. Een omgang getekend door intimiteit en kinderlijk vertrouwen.
Zo ga je niet om met een godin. Wel met je moeder … Christenen hebben altijd intuïtief aangevoeld wat Jezus bedoelde toen Hij tegen Johannes zei: “Ziedaar uw moeder”. Ook zonder de hulp van theologen voelden ze feilloos aan dat Jezus hier zijn eigen moeder aanstelde tot moeder van al zijn mensen. Opdat wij, ook in hemelse zaken, zouden kunnen rekenen op de tactvolle nabijheid en de liefdevolle genegenheid die alleen een moeder je kan geven.

Bijgeloof
Ach, natuurlijk zijn er ook hier af en toe wel uitwassen geweest. Is er overigens ook maar één menselijke activiteit waar dat niet het geval is? Er zijn inderdaad ook altijd mensen voor wie Maria de plaats van God en Jezus heeft ingenomen. En voor wie de grens tussen geloof en bijgeloof vervaagd is. Maar men moet daar niet te vlug verkeerde conclusies uit trekken en het verschijnsel zeker niet generaliseren: het gaat hier om een verwaarloosbare minderheid. Nu we het er toch over hebben: iets wat vaak over het hoofd wordt gezien is dat bijgeloof zich bijna altijd manifesteert in kringen die met Kerk en geloof niets te maken hebben. Bijgeloof komt vooral voor bij mensen die bij voorkeur zelfs met een zekere minachting spreken over het christelijk geloof en de religieuze praktijk.
Maar ondertussen lezen ze gretig elke horoscoop die ze in handen krijgen, lopen ze rond met een klavertjevier in hun portefeuille en krijg je ze op een vrijdag de 13de met geen paarden de deur uit.

Nabij
Er is natuurlijk ook een meer gezonde argwaan ten aanzien van de Maria-devotie, bijvoorbeeld vanuit de hoek van onze protestantse broeders. Ze hoeven zich echter niet al te veel zorgen te maken. De nogal vertrouwelijke omgang van katholieken met Onze-Lieve-Vrouw draagt er in niet geringe mate toe bij dat ook de afstand tot Jezus en tot God kleiner voor hen wordt. En dat kan alleen maar positief zijn. Zeker in het licht van het kerstgebeuren, waar “de Eeuwige zich overlevert aan de tijd, de Almachtige weerloos wordt als een kind, de Geest vlees wordt in een mens” (H. Servotte). Het is duidelijk dat God ons echt nabij wil zijn. Dat wij onze kinderlijke fantasieën over God moeten achterlaten en ophouden Hem te zoeken in macht en majesteit.

Doel
Het kind in de kribbe heeft daar afstand van gedaan en is in ons midden aanwezig als de kwetsbare, vragende uitnodiging om lief te hebben. En om, zodoende, echt kinderen van God te worden. Want dat is de uiteindelijke bedoeling: dat wij van schepselen waar Hij van houdt (zoals van al het geschapene), echte kinderen, aangenomen zonen en dochters van God zouden worden. Een grotere intimiteit is nauwelijks denkbaar. Maar ondertussen zitten wij wel met een soort “Zeus-en-Jupiter-complex” dat wij gedurende duizenden jaren hebben opgebouwd, een godsbeeld van superlatieven: oneindig machtig, oneindig dit en oneindig dat en, bovenal, oneindig boven ons en oneindig ver van ons verwijderd. De omgang met Maria kan die afstand een beetje overbruggen. Zij wordt onmiddellijk en spontaan herkend als een van ons en tegelijk als de Moeder van God. Vertrouwelijke omgang met haar zal ons daarom ook bijna automatisch binnenvoeren in een meer intieme omgang met God. En dat is toch het uiteindelijke doel.


Vrijgemaakt om te beminnen
ma 26 december '16

Zaterdag 24 & zondag 25 december 2016, Kerstmis (jaar A)

In deze nacht herdenken wij dat God op een welbepaald moment onze geschiedenis is binnengekomen. Het is een absoluut wonderlijk gebeuren, dat wij met ons verstand niet kunnen vatten. Maar daarom is het nog niet onredelijk.
De Menswording van God. Diegene waarvan wij ons uit onszelf geen enkele voorstelling kunnen maken, laat zich kennen in een mens. Hij vermomt zich niet in een mens, zoals de goden dat deden in de mythen. Hij komt werkelijk naar ons toe in de gestalte van een echte, kwetsbare mens. Een kind dat geboren wordt en opgroeit en leert en pijn kent, en vreugde en verdriet. Het is niet onredelijk, het gaat niet tegen ons verstand in. Maar tegelijk kunnen wij het met ons verstand alleen niet helemaal vatten. De rede botst hier op haar grenzen.

Er is méér
Zoals trouwens bij alles wat van existentieel belang is in een mensenleven. Alles wat echt van belang is in ons bestaan, alles wat er de zin aan geeft, alles wat te maken heeft met ons verlangen naar geluk, is niet meetbaar, kan niet met ons verstand verklaard worden. Je leest bijvoorbeeld dat wetenschappelijk onderzoek aan het licht bracht dat wanneer iemand mij aanraakt, er een bepaalde stof in mijn hersenen vrijkomt die maakt dat ik die ander graag ga zien. Geen haar op mijn hoofd dat twijfelt aan de geldigheid van zo’n onderzoek. Als iemand ons aanraakt zullen er, afhankelijk van wie het doet en hoe en waarom, waarschijnlijk allerlei fysische processen in gang schieten en zullen er een heleboel stoffen in ons lichaam vrijkomen. Maar dát gaan aanvoeren als verklaring van wat liefde is tussen mensen, is niet ernstig. Er is méér aan de hand. En het is op dat “méér” dat de mens vooral gericht is. Een mens heeft duidelijk niet genoeg aan zijn eigen begrensde zelf. Hij is wezenlijk gericht op datgene wat hem overstijgt. Maar datgene wat hemzelf en de fysieke wereld overstijgt is per definitie niet te vatten in wetenschappelijke formules. En daarom mag de mens zijn bekwaamheid om te geloven en lief te hebben niet laten fnuiken door de beperktheid van zijn denken.

Geborgenheid
Ik noem ze met opzet samen: geloven en liefhebben. “La religion”, zei een groot Frans chansonnier, “est une question d’amour”. Geloof is op de eerste plaats een kwestie van je bemind en geborgen weten. Het is – wat je ook overkomt in het leven – je geborgen weten in de liefde van Iemand die je oneindig overstijgt.
Toen ik een jongetje was van een jaar of acht moest ik voor vele jaren op internaat. Ik ben daar altijd heel ongelukkig geweest. Maar telkens als ik terug moest naar die kostschool kwam ik voorbij een kerk. En op een dag had de pastoor daar een kruis ingeplant met daarop de tekst “God is liefde”. Op een of andere manier zette dat bericht zich vast in mijn binnenste. En omdat ik er meer en meer vast in geloofde, gaf dat kracht en warmte in mijn voor het overige weinig joyeus pensionaatsbestaan. Ach, ik weet wel dat mensen aan dat soort ervaringen graag een rationele uitleg willen geven. Maar die uitleg heeft nog nooit iemand bevrijd of gelukkig gemaakt. Het bericht op dat kruis, dat God liefde is, wél. Al was het maar dat ene anonieme jongetje dat daar af en toe voorbij reed met de schoolbus en dat heel erg ongelukkig was en nauwelijks naar iets anders durfde te kijken dan naar zijn schoenen. Maar dat er langsom meer op vertrouwde dat de geweldige God van hem hield. En dat bracht licht en warmte en hoop en uitzicht op toekomst in zijn leven.

Liefde
Je kan van God houden, ook al ontsnapt Hij volledig aan je verstand. Een van de verstandigste en meest wijze mensen die ik ken, Gerard Bodifée, die zegt: “God staat boven alle begrippen, boven alle categorieën, boven elke logica”. Als ik getuig van mijn geloof dan wil ik ook niet overtuigen, zie het eerder als een liefdesverklaring. Christelijk geloof is inderdaad, zoals die Franse zanger zei, een kwestie van beminnen en je bemind weten. En wie bemint, voegde hij er aan toe, die is gelukkig. Het ergste wat ons de laatste decennia overkwam is dat voor velen het christelijk geloof verschrompeld is tot een geheel van waarden.
De fameuze “Christelijke Waarden”. Maar ons geloof is juist niet een geheel van waarden, normen en voorschriften. Het christelijk geloof is een geloof dat ons op de eerste plaats wil bevrijden. Dat ons wil vrijmaken om te kunnen beminnen.

Vleugels
Het is een geloof dat ons ervan wil overtuigen dat de Grond van het bestaan ons koestert en van ons houdt. En dat die ons uitdaagt om dat ook zelf te ondervinden in ons eigen leven. Omdat het besef van die liefde je vrijmaakt. Zoals het besef dat een mens heel veel van je houdt, je vrijmaakt en vleugels geeft. En je bekwaam maakt om alles aan te kunnen, wat voor narigheid er ook op je weg komt.
Het besef van Gods liefde voor jou werkt in dezelfde richting. En hoe sterker dat besef, hoe meer je vrijgemaakt wordt, om van andere mensen te houden.
Om je beschermende pels van je af te gooien. Om van een bang konijn dat zich drukt, uit te groeien tot een mens die zich helemaal durft geven. Laat dat boekje over waarden dus nog maar even liggen. En concentreer je weer op het feit dat God liefde is, je heel nabij is en van je houdt. Laten wij terug leren genieten van ons geloof. Van de warmte en de geborgenheid die het ons geeft.


Mens of konijn
di 20 december '16

Zondag 18 december 2016, 4de zondag van de Advent (jaar A)

Ik heb ooit eens ergens gelezen dat zwangerschappen zonder tussenkomst van een man kunnen voorkomen, zij het dan in uiterst zeldzame gevallen. Als erg onhandige poging om de zwangerschap van Maria toch wat meer aannemelijk te maken kan dat tellen natuurlijk. Maar zelfs als het waar is dat zo’n fenomenen zich af en toe voordoen in de natuur, dan nog is de redenering binnen de godsdienstige context volkomen misplaatst. Omdat hier een diep-religieus inzicht wordt gedegradeerd tot een speling van de natuur, een curiosum, een afwijking. En dat wijst dan weer op de neiging om heel de werkelijkheid te verengen tot datgene wat onderzocht, gemeten en geklasseerd kan worden.

Beelden
Het beeld van de maagdelijke geboorte wil ons zeggen dat in de Mens Jezus, God zelf zich op de meest eminente wijze aan ons heeft laten kennen. Zijn geboorte was méér dan het gevolg van de liefde tussen twee mensen, het was vooral een heilsdaad van God. Het beeld van de maagdelijke geboorte wil dat onderstrepen. Het wil ons helpen om open te komen voor een werkelijkheid die niet op de gewone manier kan waargenomen worden en waarvoor onze gewone taal dus ook ontoereikend is. En waar we dus noodgedwongen onze toevlucht moeten nemen tot beelden die iets proberen op te roepen van de diepere werkelijkheid die vermoed wordt achter de zichtbare. Wie deze beelden toch letterlijk neemt, die zegt daarmee dat de religieuze werkelijkheid kan beschreven worden in gewone, beschrijvende, wetenschappelijke taal. Wat een erg … atheïstische benadering is. Hetzelfde geldt voor wat gezegd wordt over Jozef die door God wordt benaderd via zijn dromen. Ook dat is een beeld.

Dromen
Sinds het ontstaan van de eerste mensen werden dromen beschouwd als dé manier van de goden om in contact te treden met de mensen. Om hen te waarschuwen, te bedreigen of tot inzicht te brengen. Ook de Bijbel gebruikt dat beeld regelmatig, waarschijnlijk omdat mensen met die gedachte vertrouwd waren. Moeten wij dan mordicus vasthouden aan de gedachte dat God tot Jozef sprak in zijn dromen? Neen. Hoewel het even dogmatisch ontkennen van die mogelijkheid mij even absurd lijkt. Als ik geloof dat God mij kan aanspreken in een boek, een foto, een blik, een blad op de grond, dan toch ook in een droom.
Belangrijk is echter niet hoe God Jozef aanspreekt maar wel wat Hij van Jozef vraagt en hoe Jozef daarop reageert. En eens we dat door hebben begrijpen we ook dat het Evangelie geschreven is voor ons, dat het over ons gaat. Het gaat over de moeilijke keuzes die wij vaak moeten maken. Het gaat over de vraag of wij wel altijd durven ingaan op wat een teken, een vraag, een voorstel van God zou kunnen zijn.

Konijn
Onze God is niet de oneindig transcendente, oneindig verheven God van de moslims. En ook niet de compleet onpersoonlijke God van de boeddhisten.
De God van de christenen is een heel nabije, een heel intieme God. Een God die ons, juist omdat Hij van ons houdt, ook nooit gerust laat. Die voortdurend in ons leven opdaagt, ons uitdaagt, ons probeert te verleiden, ons zo ver wil krijgen dat wij Hem steeds meer in ons leven laten binnenkomen. Die ons wil helpen om van bange, egoïstische wezentjes uit te groeien tot sterke, liefdevolle mensen die een klein beetje God willen zijn voor anderen. En hier wordt het natuurlijk wel moeilijk. Want, van het ogenblik dat wij besluiten om echt in te gaan op wat God van ons vraagt, van het ogenblik dat wij, van een konijn dat schrik heeft en zich drukt, tot een mens willen worden die zich durft te geven, wordt het serieus.
Het verwijderen van onze konijnenpels is in ieder geval geen plezante onderneming.

Beproeving
Het is trouwens bij voorkeur dán dat geloofstwijfels bij ons binnensluipen.
Geloofstwijfels kunnen opduiken als bijvoorbeeld ons verstand het moeilijk heeft met bepaalde geloofspunten of uitingen van het geloof. Of met het gedrag van mensen die zich christen noemen, of wanneer een zwaar verlies of ongeluk ons treft, of wanneer ziekte of lijden in ons leven komen. Allemaal momenten waarop geloofstwijfels kunnen optreden. Maar niet noodzakelijk. Vaak wordt ons geloof in zo’n crisissituatie juist versterkt. Waar geloofsvragen of geloofstwijfels echter gegarandeerd altijd optreden, is in situaties waarin door het geloof van ons dingen gevraagd worden die ons pijn doen, die ons uit onze comfortzone halen. Onmiddellijk ga ik dan de vraag stellen: “Maar, vraagt God dat wel van mij? God wil toch dat ik gelukkig ben, hoe kan Hij dan willen … “?
Hoe kan God bijvoorbeeld willen dat ik mijn vakantiegeld aan een goed doel geef? Of dat ik iemand vergeef die ook daarna nog zwaar de pest aan mij zal hebben? Maar dat is dus het konijn in mij dat spreekt en angstig is. Terecht. God vraagt soms dingen van ons die niet “plezant” zijn. En daarom is in het
Onzevader het woord “beproeving” ook een betere vertaling dan “bekoring”. Breng ons niet in beproeving. Bekoring gaat over een ‘patéke’ met crème fraîche’. Dat is een bekoring. Beproeving, dat is iets wat je geloof aanvreet en wat je hele wezen kompleet overhoop haalt.


Open komen
ma 12 december '16

Zondag 11 december 2016, 3de zondag van de Advent (jaar A)

Daar heb je hem weer, hoor ik mijzelf denken, ieder jaar opnieuw als wij tijdens de advent geconfronteerd worden met de figuur van Johannes de Doper. Johannes was een bijzonder kleurrijke figuur. Met zijn kameelharen pak en zijn dieet van sprinkhanen en wilde honing kan je hem moeilijk anders dan een excentrieke figuur noemen. Maar, misschien was hij ook op dat punt een voorloper. En wist hij, 2000 jaar geleden al, wat nu algemeen geweten is: dat als je wil dat de mensen naar je luisteren je eerst de aandacht moet trekken door een beetje raar te doen. Bovendien was Johannes niet vies van enig populisme. Hij wist blijkbaar goed dat als je gezagdragers pijnlijk scherp te kijk zet, dat je dan onmiddellijk brede volkslagen mee hebt. Onvoorzichtig genoeg kon Johannes het schelden echter niet laten als hij eenmaal bezig was en begon hij na een tijdje ook zijn eigen fans uit te maken voor addergebroed. En dat doe je beter niet als je lang wil leven. U voelt dat ik weinig moeite doe om mijn gebrek aan sympathie voor Johannes de Doper te verbergen.

Verschil
Omdat Johannes onmiddellijk aan Jezus voorafgaat en Hem ook aankondigt is hij als het ware verdwaald in het Nieuwe Testament. Maar Johannes is 100% oudtestamentisch en 100% Joods. Hij toont in ieder geval weinig verwantschap met de Jezusbeweging die de omknellende banden van het Joodse Messiasgeloof zou afgooien.
Een Joods Messiasgeloof waarvan het Jihad-gehalte toch wel echt te hoog was om op enige affiniteit met Jezus te kunnen aanspraak maken. Beiden, Johannes en Jezus, kondigen de komst van het Rijk Gods aan, maar hoe verschillend is hun visie daarop. Johannes is niet alleen excentriek in zijn voorkomen en zijn manier van leven, ook de woorden en de beelden die hij gebruikt zijn choquerend en angstaanjagend. Volgens hem kan het Rijk Gods alleen maar gevestigd worden als eerst de maatschappij er helemaal voor klaargemaakt is: als de zondaars zich bekeerd hebben of over de kling zijn gejaagd. Het is een typisch ideologische kijk op de komst van het Rijk Gods. Een ziekte die elk godsdienstig geloof voortdurend bedreigt: het gelijkstellen ervan met politieke acties.

Bekering
Voor Jezus moet noch jijzelf, noch de maatschappij eerst bekeerd worden voordat het Rijk Gods kan komen. Voor Hem valt die komst helemaal samen met de bekering. Wanneer ik mij bekeer houdt dat een dubbele beweging in. Het is mij afkeren van en mij toekeren naar. Het houdt in dat ik mij afkeer van mijn natuurlijke gerichtheid op mezelf om mij toe te keren naar de ander. Dat ik mijn hebzucht, mijn heerszucht en agressiviteit aan banden leg om open te komen voor een meer liefdevolle manier van leven. En hoe meer ik open kom voor die andere manier van leven, hoe meer er iets gaat oplichten van het Rijk Gods.
Ik zeg met opzet “open komen”. Want ik moet die andere manier van leven die bekering inhoudt niet uitvinden of als een opgave, als een verplicht nummertje invoeren. Neen, die andere manier van leven is al, als verlangen, diep in mij aanwezig. Het moet alleen maar bovengehaald worden.

Snoeien
En zelfs dat doet God. Ik moet alleen maar meewerken. Ik moet – om een wat ondergesneeuwd woord terug naar boven te halen – ik moet alleen maar met de Genade meewerken. Want bekering is een genade, is een geschenk. Maar ik kan er serieus aan meewerken door aandachtig te letten op mijn doen en laten, mijn spreken en mijn handelen. En om stap voor stap alles weg te snoeien wat de genade, het komen van God in mijn leven kan tegenwerken. Want dat is wat bekering inhoudt: het komen, het toelaten van God in mijn leven, waardoor ik op een heel andere manier ga leven. Waardoor ik de tranen, de nood en de vragen ga zien in het gelaat van de ander. En ik met heel mijn leven een antwoord word op de vraag van Kaïn: “Ben ik soms de hoeder van mijn broeder”? Helemaal aan het begin van de Bijbel vraagt God aan Kaïn, die zijn broer vermoord heeft, waar is uw broer. Waarop Kaïn geïrriteerd antwoordt: ben ik soms de hoeder van mijn broeder. Welnu, al die duizenden bladzijden Bijbel die daarop volgen zijn één lang uitgesponnen antwoord op die vraag. En dat antwoord is: “Ja, ik bén de hoeder van mijn broeder.” En de dag dat ik, dankzij mijn bekering ook als zodanig ga leven, breekt er iets door van het Rijk Gods in mijn leven, en in dat van mijn onmiddellijke omgeving.

Niet ingewikkeld
Mijn bekering is niet zozeer een voorwaarde opdat het Rijk Gods zou komen, ze valt er mee samen. Mijn bekering = de komst van het Rijk Gods.
Ik moet dus geen landen en zeeën doorkruisen om de komst van het Rijk Gods voor te bereiden. Ik moet gewoon nadenken en stappen zetten die mijn persoonlijke bekering dichterbij kunnen brengen. En die bekering is vaak veel eenvoudiger en gemakkelijker dan algemeen wordt gevreesd. Soms gaat het er gewoon om, een paar dingen te laten. Bekering, dat is soms niet meer dan gewoon een paar dingen niet langer doen. Meer niet. Kleine stappen, maar met enorm deugddoende gevolgen voor mezelf en voor anderen.


Verder zien
ma 28 november '16

Zondag 27 november 2016, 1ste zondag van de Advent (jaar A)

De evangelisten maken nogal eens gebruik van apocalyptische verhalen, verhalen met schrikwekkende visioenen over wat er gaat gebeuren op het einde der tijden. Het was in Jezus’ tijd een heel populair genre, de mensen waren er gewoon op verzot. Wij daarentegen hebben daar duidelijk minder behoefte aan. De beelden over rampen, hongersnood en oorlogen die dagelijks onze huiskamer binnenkomen, de horror van de reële wereld zoals die nu is, overtreft duidelijk de fictie over wat het einde ervan zou kunnen zijn.

Waakzaamheid
Jezus maakt gebruik van dit populaire genre, niet om mensen schrik aan te jagen, dat zou ingaan tegen zijn hele manier van zijn, maar als een middel om ons tot uiterste waakzaamheid aan te sporen. De waarschuwing om erop bedacht te zijn dat de dood ons op elk moment en totaal onverwacht kan treffen komt niet alleen overeen met onze ervaring in onze eigen omgeving, maar ze wordt ook regelmatig herhaald in het Evangelie. De reden daarvan laat zich raden. Het bedoelde effect is zeer waarschijnlijk dat we op elk moment van ons leven klaar zouden zijn om Jezus te ontmoeten en niet alleen maar aan het einde van ons leven. En dat we er dus voortdurend werk van maken om ons, naar het woord van Paulus, “te ontdoen van de werken van de duisternis om ons te wapenen met het Licht”. Zodat we, op elk moment, klaar zijn om Jezus te herkennen en God in ons leven binnen te laten. Want Jezus komt echt niet alleen maar als ons rolletje af is, Hij komt voortdurend kloppen aan onze deur om, op de meest onverwachte momenten en op de meest ongewone manieren, ons leven binnen te komen.

Verschuiven
Maar zolang wij nog niet echt aan het eind van ons Latijn zijn, hebben wij wel andere dingen aan ons hoofd dan te wachten op Jezus. En Hij kan uiteindelijk alleen maar kloppen. Wij moeten Hem opendoen. Dat is de consequentie van onze vrijheid. Een vrijheid die eigenlijk een soort van permanente troonsafstand van God inhoudt. Maar Hij heeft het zelf zo gewild. Een veelvoorkomend gevolg van die vrijheid is natuurlijk dat wij nogal eens de neiging hebben om alles wat te maken heeft met God, met bekering, met christelijk en liefdevol leven, zoveel mogelijk te verschuiven naar het laatste deel van ons leven. Hoewel niemand van ons weet wanneer dat laatste deel begint of eindigt.
Dat is overigens een erg zwakke houding, die voor Jezus niet echt kan. Een christen zou een mens uit één stuk moeten zijn. Iemand die consequent in zijn daden toont wat hij in geloof belijdt. Niet morgen, maar vandaag.

Hoe?
Wij moeten dus voortdurend alert zijn op het komen van God in ons leven, het aankloppen van Jezus aan onze deur. Om echt alert te kunnen zijn moeten we natuurlijk op de eerste plaats weten waar we moeten naar uitkijken. Want Jezus is geen opera-God die verschijnt met veel theatereffecten van rook en donder en bliksem. Als Hij komt is dat altijd op een enigszins verborgen manier. Als Hij komt is dat vaak in een misleidende gedaante. Wat meteen ook verklaart waarom zelfs zijn beste vrienden Hem niet meteen herkenden toen Hij aan hen verscheen vlak na zijn verrijzenis. Die verhullende gedaante – want misleidend is een wat negatief woord – die verhullende gedaante waarin Hij ons tegemoetkomt, kan letterlijk van alles zijn. Het kan een vriend zijn, een collega. Het kan de blik van een kind zijn. Maar evengoed een boek dat ons ontroert, een film die ons leven een stuk verandert, een foto, een dood blad op de grond. Alles wat ons even doet ophouden met hollen, alles dat maakt dat wij even opkijken van onze dagelijkse slobber. Alles wat ons laat openkomen voor dingen die belangrijker zijn en dieper gaan dan eten en drinken en geld en carrière. Alles wat ons even een blik  gunt in de werkelijkheid achter de werkelijkheid. Alles wat ons even een blik gunt in de echte werkelijkheid, niet de fantasie ervan.

Waarom?
Ook de reden waarom Jezus komt kan heel verschillend zijn. Het kan zijn om ons te troosten, om ons geloof in Hem te verdiepen, om ons voor kwaad te behoeden, om ons inzicht te geven of om ons gewoon gelukkig te maken.
In de advent gaat onze aandacht echter vooral naar Jezus die in ons leven komt als een appél. Als een dringende oproep om Hem te zien in de armste, in de meest hulpbehoevende van onze broeders. Jezus die aan ons verschijnt in de gedaante van een vluchteling die zijn hand naar je uitsteekt, een zieke die je angstig en vertwijfeld aankijkt, een vrouw die in de steek gelaten werd, een man die zijn werk en goede naam verloor. Jezus vereenzelvigt zich met hen. In hen komt hij vragend naar ons toe. Om bijstand en begrip. Om hulp. En terwijl je je openstelt om Jezus zelf te zien in de mens die vragend naar je toekomt, terwijl je bezig bent met in te gaan op het appél en hulp te bieden aan de arme die met uitgestoken handen naar je toekomt, voltrekt er zich iets wonderlijks aan jezelf.
Diep in jou gebeurt de overgang van advent naar Kerstmis. Terwijl je ingaat op het appél van de mens-geworden God, gebeurt die menswording voor een stuk opnieuw, diep in jezelf.


Terug naar de kern
di 22 november '16

Zondag 20 november 2016, 34ste zondag door het jaar (jaar C) – Feest van Christus Koning

“Jezus Christus, Koning van het heelal”, dat is nog altijd de officiële naam van het feest van vandaag. Bij de Chiro zongen ze dan vroeger altijd van “aan U, O Koning der eeuwen”. Een zweem van bombastische retoriek, van klaroengeblaas en trommelgeroffel heeft altijd al rond dit feest gehangen.
En dat komt gewoon omdat het ontstond in de jaren 20 van de vorige eeuw. En wel als christelijk antwoord op de overal opkomende fascistische en communistische jeugdbewegingen. Van dat fascisme en dat communisme is intussen alleen nog een afschuwelijke herinnering over. Terwijl de Kerk, hier in het Westen, een nooit geziene crisis doormaakt. Niet alleen heeft de Kerk veel te laat de enorme invloed van de massamedia onderkend. Maar, mede daardoor, heeft ze ook de verwoestende kracht leren kennen van zowel het alles naar beneden halend relativisme als van het hautaine wetenschapsfundamentalisme. Twee levenshoudingen waarvan de massamedia helemaal doortrokken zijn.
Twee ogenschijnlijk tegenstrijdige houdingen, die geen enkele andere opvatting naast de hunne dulden en die heel het publieke domein beheersen.

Jezus
Voor gelovigen is ondertussen, meer nog dan voorheen, duidelijk geworden dat Jezus Christus in het centrum van ons geloof staat. Niet een of andere theologie, niet een Kerk of een strekking, maar de persoon van Jezus Christus zelf. Dat wil dus zeggen, niet meer of niet minder, dat je christen bent in de mate dat je een persoonlijke band hebt met Jezus Christus. Ik had willen zeggen “relatie”, maar dat klinkt dan zo zwaar en zelfs een beetje raar, en toch is het precies dat wat ik bedoel. Ik ben alleen maar christen in de mate dat Jezus echt iets betekent in mijn leven. In de mate dat ik Hem bij alles in mijn leven betrek. In de mate dat ik met Hem spreek, zowat alles in mijn leven met Hem bespreek. In de mate dat ik -dat vooral- mij door Hem laat vormen, laat omvormen. In de mate dat ik naar zijn ingevingen luister en erop inga. In de mate dat ik toelaat dat Hij tot leven komt in mij. Er zijn mensen die -vaak beroepsmatig- hun hele leven praten over God, zonder dat ze in God geloven, hoewel ze dat zelf soms niet doorhebben. Het grote en ook enige criterium in deze is niet of je praat over God maar of je ook praat tegen God, of je m.a.w. bidt. Dat is hét criterium van geloof.

Alibi
Ik denk dat wij de laatste vijftig jaar veel te veel gepraat hebben over God.
Geloven was zo’n beetje hetzelfde geworden als praten over God. Maar in feite was dat praten over God heel vaak een alibi, iets dat het echt geloven moest vervangen. U kent het wel: de Bijbelgroepen, de discussiegroepen, de studiedagen, forums en colloquia. Met onderwerpen als: “De leek in de Kerk”, “De vrouw in de Kerk”, “Geloof en wetenschap”, “Progressief en conservatief”, enz. En dat mag dan allemaal erg interessant en soms zelfs nuttig geweest zijn, vaak diende het ook ter vervanging van het geloven zelf. Ik denk ook aan de honderden Vlamingen die in Leuven godsdienstwetenschappen (het woord alleen al!) gingen studeren en waarvan er velen juist daar hun geloof verloren. Omdat het geloof er niet verhelderd werd en doorgegeven, maar integendeel als een curiosum VAN BUITENAF bestudeerd werd. Zoals je een taal bestudeert, of een préhistorisch skelet dat ergens opgedolven werd.

Kerkgebouwen
Op dit ogenblik zie je zeer duidelijk weer zo’n alibi-item opduiken.
Wij moeten kost wat kost voorkomen dat wij de volgende tien jaar ons laten meeslepen in eindeloos gepraat en gediscussieer over “Wat met onze kerken?”
Wij zijn een kleine gemeenschap geworden. Als wij het geloof hier in het Westen willen doorgeven aan de komende generaties, dan moeten we ons helemaal op dat geloof concentreren. Dan moeten wij onze broers en zusters in het geloof bevestigen en versterken. Een hechte en warme gemeenschap worden.
En wegen zoeken om het geloof door te geven aan onze kinderen. Ook via onze scholen. Dan kunnen wij dat gehakketak over kerkgebouwen missen als kiespijn. Wij moeten ons terug helemaal concentreren op het geloof. En op het centrum van dat geloof: de persoon van Jezus Christus. Gebouwen zijn bijkomstig.

Begrip
Ik zeg dit uiteraard als gelovige. Ondertussen heb ik natuurlijk heel veel respect en sympathie voor kerkfabrieken en gemeentebesturen die gewetensvol zoeken naar een oplossing voor het probleem van de “overtollig” geworden kerkgebouwen. Maar puur gezien vanuit het geloof, zijn kerkgebouwen bijkomstig: het hele kerkelijke leven mag daar niet op toegespitst worden. Zeker niet op het krampachtig willen behouden van elke kerk. Soms hoor je zeggen: we moeten onze kerken behouden voor als er later terug een heropleving komt. Dat is, zacht gezegd, geen goed argument. Als er later een heropleving komt (waar ik sterk in geloof) dan staan er onmiddellijk terug nieuwe kerken in ons landschap. Op dit ogenblik hebben wij echt geen tijd en energie meer om ons nog bezig te houden met iets anders dan met het geloven zelf. Het gaat vandaag om de toekomst ervan. Het geloof in Jezus Christus, met wie je als gelovige een persoonlijke relatie wil opbouwen.


Pagina's